Artikelen

Iedereen verdient een tweede kans, stelt IS-moeder

Raqqa, februari 2019

Een IS-moeder uit Raqqa wil met haar kind terug naar Nederland, net als honderden andere dwaallichten. Maar wat moet Nederland daarmee? Wat kúnnen we daarmee, vanuit ons gevoel en ons verstand? Ik vraag u om mee te denken.

“Iedereen verdient een tweede kans,” zei het in een Syrisch kamp voor gevluchte IS-ers klemzittende IS-moedertje van 23 dat de grond in Raqqa te heet onder de voeten was geworden tegen de Belgische VRT. Iedereen, dus zij ook. Op die grond wil ze teruggebracht worden naar Nederland, want (ik citeer hier uit het hoofd) “ik ben Nederlandse, het is mijn land.” Eerder was er al zo’n kalashnikovheld die via een filmpje liet weten dat hij terug naar huis wilde komen “om weer een normaal leven op te bouwen.” Deze gevallen staan niet op zichzelf. Er zullen er vermoedelijk nog heel wat volgen, want het ziet er toch echt naar uit dat het islamitisch-extremistische geboefte dat zich nu al een paar jaar in het hart van het Midden-Oosten te buiten gaat aan een weerzinwekkende orgie van moordlust, marteling en Vernichtungsdrang, uit zijn hol gejaagd gaat worden. En dan verlaten de ratten het zinkende schip.

Koude kermis

Om die jongen met zijn filmpje werd enigszins besmuikt gelachen. Een kennelijke halvegare, die leek te denken dat hij na een door de overheid verzorgde thuisvlucht en een gesprekje met de politie wel weer gewoon zijn oude leventje kon oppakken – elke week naar de kapper en bij een stiekem pilsje met de maten schelden op de kafirs in Nederland. Die zou, grimlachte men, als het hem al zou lukken om veilig een vestiging van de Nederlandse buitenlandse dienst te bereiken, nog van een koude kermis thuiskomen. Maar de vrouw die nu in het nieuws is, lijkt ook al te veronderstellen dat er voor haar gewoon weer volwaardig plaats is in onze samenleving, al dan niet na een tijdje brommen. En ik merk dat ik daar, los van elke juridische of verdragsrechtelijke overweging, grote moeite mee heb.

Het beklemmendst vind ik nog niet eens de achteloze chantagetactiek die ze hanteert door ten eigen bate haar kind als menselijk schild in te zetten. Ze had het hartstikke fijn gevonden daar in Raqqa maar wil nu, zegt ze, terug naar Nederland “om de toekomst van mijn kind”. Dat kind van een jaar is onschuldig, het heeft haar als moeder nodig en dus dient moeder ontzien en gesteund te worden, is de redenering dan. Dat is onsmakelijk, maar vrouwen doen zoiets wel vaker.

Volksvijand

Nee, veel omineuzer is het aplomb waarmee zij het recht op een tweede kans in Nederland opeist. Want daaruit blijkt dat ze werkelijk helemaal niets geleerd heeft. Als ze met haar handelen iets verspeeld heeft, is het wel het recht om iets te eisen. Wie zich metterdaad bekent tot een misdadigersbende die zich de totale vernietiging van onder andere onze eigen westerse maatschappij ten doel stelt, wie er daardoor willens en wetens mee instemt dat letterlijk iedereen die haar bestaan en opgroeien heeft helpen mogelijk maken als minderwaardig wezen afgemaakt behoort te worden, die heeft haar morele Nederlanderschap compleet verbeurd. Zo iemand is een volksvijand.

Dit artikel lees je gratis. Het zou mooi zijn als je onderaan een kleine bijdrage doet, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

Een recht opeisen is alleen weggelegd voor mensen die lid zijn van een gemeenschap die dat recht als zodanig erkent en handhaaft. Een Amerikaan kan rechten opeisen die gelden volgens de Amerikaanse wetgeving en gedragen worden door de Amerikaanse gemeenschap, maar niet die van Mexico of Paraguay. Of die van Nederland, dat is voorbehouden aan de leden van de Nederlandse samenleving. Maar van die samenleving heeft de vrouw in kwestie zich nu juist vol overtuiging afgekeerd. Ze heeft Nederland de oorlog verklaard als minderwaardige gemeenschap van ongelovigen, die dient te worden uitgeroeid. Daarmee heeft zij zich letterlijk, net als IS zelf, buiten de wet gesteld. Wie dat doet, behoort daardoor vanzelfsprekend ook niet meer tot de rechtsgemeenschap. Wie dat doet, kan daar evenmin zomaar op terugkomen. Het is dan ook op zijn minst ongeloofwaardig dat ze alsnog haar plaats in die samenleving opeist zonder ook maar een millimeter op haar schreden terug te keren. Geen spijt, geen berouw, geen greintje besef van de enormiteit van wat ze gedaan heeft. Geen idee ook van het feit dat het enige waar ze nog om kan vragen, genade is.

Ali Baba

Dat klinkt allemaal merkwaardig ouderwets, als iets uit vervlogen tijden, en dat is geen toeval. IS is, anders dan het zelf beweert, helemaal geen staat. IS is een parasiet die leeft van roof en plundering, en nauwelijks moeite doet om een samenleving op te bouwen, laat staan om zich een plaats te verwerven binnen de gemeenschap van bestaande naties. IS bedreigt en belaagt iedereen, de eigen geloofsgenoten incluis. Daarmee is ze niet meer dan een criminele bende van lui die onder het mom van religieuze ijver hun lusten en machtsfantasieën willen botvieren. Een toevluchtsoord voor psychopaten, doorgedraaide veteranen en maatschappelijke misfits. Een primitieve, gewelddadige groepering die veel wegheeft van de half georganiseerde minimaatschappijtjes die zich eeuwen geleden op allerlei plaatsen kortstondig manifesteerden. In Limburg had je bijvoorbeeld de bokkenrijdersbende, het achttiende-eeuwse Vlaanderen had zijn bende van Jan de Lichte en het Kalifaat van Bagdad zijn Ali Baba. Vergeet ook niet de talloze piratennesten die in de Caraïben van de zestiende tot de vroege negentiende eeuw dezelfde rol speelden. Naarmate het staatsgezag effectiever werd, werden ze zeldzamer. Maar daar waar het staatsgezag faalt of afwezig is, zoals in midden Afrika (Al-Shabaab, Janjaweed en Boko Haram bijvoorbeeld, en allerlei schimmige Congolese milities) en van Aleppo tot Jalalabad, duiken ze prompt in eigentijdse vorm weer op.

Evangelisatie

Dat is de rauwe werkelijkheid, en daar moeten we IS-terugkeerders ook naar behandelen. Niet als “strijders” voor het een of ander, dat zijn ze niet. Maar als ordinaire criminelen, zonder uitzondering op zijn minst medeplichtig aan meervoudige moord met voorbedachten rade, marteling en verkrachting. Ze wisten dondersgoed waar ze aan begonnen, dachten ermee weg te komen en hadden u stuk voor stuk met liefde een kogel door de kop gejaagd – of daarvoor staan juichen, de traditionele pernicieuze opzwepende rol van vrouwen bij oorlogen en andere moordpartijen.

Op dit moment gaat de discussie vooral over begeleiding en deradicalisering van terugkeerders. Ik heb daar eerlijk gezegd geen fiducie in, het lijkt me te veel op evangelisatie door de Pinkstergemeente in de grachtengordel. De spijtoptanten willen terug omdat het tegenviel, niet omdat ze fundamenteel anders over dingen zijn gaan denken of zelfs maar aan hun ideeën twijfelen.

De vrouw in kwestie zegt zelf ronduit dat ze nergens spijt van heeft. Dat Raqqa niet het paradijs op aarde bleef(!) wijt ze aan onvoldoende strenge naleving van de godsdienstige voorschriften. Zo iemand valt niet te deradicaliseren. Die is en blijft een gevaar voor de samenleving. Hoe hardvochtig dat ook klinkt, zo iemand moeten we niet helpen, maar hoogstens vastzetten, of in haar Syrische sop laten gaarkoken. Uit onmacht, jazeker. Het is een beschamend maar onontkoombaar zwaktebod. Ik zou gewoon niks beters weten.

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt me ook met een vast per bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -